6-MEI-2024 - Om de belangrijke droogvallende zandplaten en daarmee ook de schorren en kwelders voor onze kusten voor de toekomst te behouden, hebben we meer troebel water nodig. Dat is één van de opvallende conclusies uit een nieuw onderzoek uitgevoerd door een Nederlands-Chinees team van onderzoekers dat vandaag is gepubliceerd in Nature Geoscience.

“Die droogvallende, buitendijkse kustgebieden zijn essentieel voor de natuur én voor de kustverdediging. Maar door de manier waarop we nu bouwen in de Delta en het achterland, komt de kustverdediging daar op de lange termijn in gevaar”, waarschuwt NIOZ onderzoeker Tim Grandjean.

Satellietmetingen

Voor zijn onderzoek koppelde Grandjean tientallen jaren van satellietmetingen van droogvallende platen over de hele wereld aan de gegevens over de troebelheid van het water, die ook met satellieten wordt gemeten. Belangrijk is dat Grandjean voor het eerst een ondergrens heeft vastgesteld voor de benodigde troebelheid van het water in delta’s wereldwijd. Op de lange termijn kwam daar een heel duidelijke relatie uit: zandplaten langs de kust groeien alleen als het water voldoende troebel is. “Troebel water betekent immers: meer zand en slibdeeltjes in het water, die de kust kunnen laten groeien”, zo licht de onderzoeker toe.

 Tim Grandjean onderzoekt de erosie van slikken langs de Yangtze, cruciaal voor het begrijpen van sedimentdynamiek

Kwetsbare zandplaten door menselijke ingrepen

Wereldwijd is de troebelheid van veel kustwateren al decennia aan het dalen, waardoor de zandplaten dreigen te verdwijnen. Daarnaast zorgt zeespiegelstijging ervoor dat het water een nog hogere troebelheid nodig heeft om zandplaten te laten blijven bestaan. Door de relatief lage troebelheid dreigen essentiële gebieden voor biodiversiteit en kustveiligheid verloren te gaan. Zandplaten dragen immers bij aan het dempen van golven en zijn belangrijke foerageergebieden voor vogels.

Kustverdediging moet beter, ook in Nederland

Wereldwijd biedt de vaststelling van de benodigde troebelheid voor het behoud van zandplaten door Grandjean een essentiële basis voor het heroverwegen van menselijke ingrepen in delta's. We moeten zorgvuldiger nadenken over de manieren waarop de mens ingrijpt rond de kust. Zo heeft de aanleg van dammen en het indijken van gebieden inmiddels geleid tot een aanzienlijke vermindering en verstoring van de aanvoer van sediment, met als belangrijkste gevolgen een verminderde natuurlijke kustbescherming en verlies van biodiversiteit.

Deze problemen komen ook voor in ons eigen land. Bijvoorbeeld mede door de aanleg van de Oosterscheldekering in de jaren tachtig, heeft dit gebied een enorme ‘zandhonger’ gekregen. Er komt minder zand vanuit de Noordzee, of in de woorden van Grandjean: het water is te helder geworden, waardoor de zandplaten afkalven. Ook in de Westerschelde veranderen veel waardevolle kustgebieden door het vele baggeren, waarmee de haven van Antwerpen bereikbaar moet blijven. Beide systemen liggen op of nabij de kritische waarde die het voortbestaan in gevaar brengt.

“Op de lange termijn is dat niet houdbaar”, denkt Grandjean. “Wanneer er te veel intergetijdengebied buiten de dijken van Zeeland verdwijnt, komt de veiligheid van de kust in het geding. Dus niet alleen voor de natuur, maar ook voor de veiligheid moeten we de buitendijkse gebieden veel beter gaan beschermen. Het water moet troebeler worden, dus misschien moeten we bijvoorbeeld de Oosterscheldekering op den duur weer afbreken. Een zorgvuldige balans tussen natuurbehoud en kustbescherming is essentieel, waarbij beide doelen elkaar versterken in plaats van tegenwerken zoals nu gebeurd.”

Satellietfoto van de Yangtze bij Shanghai (China), waar het troebele, bruine water de hoge sedimentaanvoer illustreert

Goedkope sensoren

Tim Grandjean promoveerde op 24 april op dit onderwerp aan de Universiteit Utrecht en heeft nieuwe gegevens verzameld over de dynamiek van droogvallende bodems. Deze gegevens bieden inzicht in de kwetsbaarheid op korte termijn. Hij maakte gebruik van een breed inzetbare techniek die in de eigen werkplaatsen van het NIOZ werd ontwikkeld. “De hoogte van droogvallende zandplaten kan al heel lang worden gemeten met peperdure sensoren of met arbeidsintensieve, handmatige metingen. Maar we konden dus nooit op heel veel verschillende plaatsen tegelijk metingen doen. De technici van het NIOZ wisten goedkope sensoren te ontwikkelen, die al een aantal jaar op diverse locaties langs de Wester- en Oosterschelde de hoogte van de bodem tot op de millimeter nauwkeurig, meerdere keren per dag kunnen vastleggen."

Uit die nauwkeurige metingen blijkt dat een zandplaat bij hoogwater makkelijk één of twee centimeter in hoogte kan variëren binnen één dag. “Voor jou of mij maakt een centimeter meer of minder onder onze laarzen misschien niet uit. Maar als je een worm of een schelp bent, of een zaadje van zeegras, dan is dat wél snel te veel dynamiek”, zegt Grandjean.

Maatregelen die mogelijk werken

Grandjean deed ook metingen tussen de strekdammen die door de provincie Zeeland zijn aangelegd voor de kwaliteitsverbetering van getijdennatuur langs een deel van de oevers van de Westerschelde. “We wisten natuurlijk al wel dat strekdammen, ook langs rivieren, de kust kunnen beschermen, maar uit onze metingen blijkt dat het bodemleven langs de Westerschelde ook echt profiteert van deze maatregelen. De dynamiek neemt in tijd en ruimte zó sterk af dat dieren zich beter kunnen vestigen.” Ook  zou de afname in stroming tussen de strekdammen een gunstig effect kunnen hebben op de stabiliteit van de buitendijkse kustgebieden op de lange termijn en meegroeien met zeespiegelstijging.

Meer informatie

Tekst: NIOZ
Foto's: Tom Ysebaert; Basemaps, Esri, Maxar, Earthstar Geographics, and the GIS User Community